Het scenario: 4 kWp en 5 kWh, niets bijzonders
De meeste rekensommen over thuisbatterijen werken met jaargemiddelden: "zoveel kWh teruglevering, dus zoveel jaar terugverdientijd". Dat verbergt iets belangrijks — een batterij wordt niet gevuld door een jaargemiddelde, maar door wat er op een specifieke dag in een specifieke maand aan zonnestroom overblijft.
We rekenen daarom een concreet, veelvoorkomend scenario door op maandniveau: 4 kWp zonnepanelen (zo'n 10-11 panelen, een gangbare middelgrote installatie) en een instapmodel thuisbatterij van 5 kWh. Levensduur van de batterij: circa 15 jaar, de bovenkant van wat fabrikanten claimen.
Bij 900 kWh opwek per kWp per jaar — het gemiddelde voor moderne panelen in Nederland — produceert deze installatie 3.600 kWh per jaar. We gaan uit van 35% direct zelfverbruik (in lijn met wat we in het verdiepend rapport hanteren voor een huishouden dat overdag deels aanwezig is), dus 2.340 kWh per jaar teruglevering.
Waarom een jaargemiddelde de verkeerde vraag beantwoordt
Zonneopbrengst is geen vlakke lijn over het jaar. Van de 3.600 kWh valt 64% in slechts vijf maanden (april t/m augustus); in de drie donkerste maanden (november, december, januari) samen nog geen 8%.
Vertaald naar teruglevering per dag, per maand (65% van de productie):
- Januari: 47 kWh teruglevering — 1,5 kWh/dag
- Februari: 94 kWh — 3,3 kWh/dag
- Maart: 187 kWh — 6,0 kWh/dag
- April: 281 kWh — 9,4 kWh/dag
- Mei: 328 kWh — 10,6 kWh/dag
- Juni: 328 kWh — 10,9 kWh/dag
- Juli: 281 kWh — 9,1 kWh/dag
- Augustus: 281 kWh — 9,1 kWh/dag
- September: 211 kWh — 7,0 kWh/dag
- Oktober: 164 kWh — 5,3 kWh/dag
- November: 94 kWh — 3,1 kWh/dag
- December: 47 kWh — 1,5 kWh/dag
Waar de batterij vastloopt: te klein in de zomer, leeg in de winter
Een 5 kWh batterij heeft, met 85% bruikbare diepte (DoD), 4,25 kWh daadwerkelijke opslagruimte per cyclus.
In de vijf zomermaanden (april t/m augustus) is de dagelijkse teruglevering 9,1 tot 10,9 kWh — meer dan het dubbele van wat de batterij kan opslaan. Die batterij is dus al ruim voor het einde van de middag vol; de rest van die dagproductie gaat sowieso het net op, batterij of niet. Op jaarbasis blijft daardoor grofweg 1.000 kWh liggen die de batterij fysiek niet kan vasthouden.
In de drie donkerste maanden (november t/m januari) is het omgekeerde probleem: 1,5 tot 3,1 kWh teruglevering per dag is minder dan de batterij aankan. Hij komt dan niet of nauwelijks vol — en staat het grootste deel van de winter grotendeels ongebruikt.
Alleen in de overgangsmaanden (maart, september, oktober) past de dagelijkse teruglevering redelijk bij de batterijcapaciteit. Dat is een paar maanden per jaar waarin de batterij daadwerkelijk doet waarvoor hij gekocht is.
De rekensom: cyclus-plafond, euro's, terugverdientijd
Een batterij gaat niet 365 dagen per jaar vol en leeg — bewolkte dagen, seizoensinvloeden en het beschermen van de levensduur begrenzen dat.
Realistisch aangenomen 230 volledige cycli per jaar (dezelfde aanname die we in het verdiepend rapport gebruiken) geeft een hard plafond: 5 kWh x 0,85 DoD x 230 cycli = 977,5 kWh die de batterij dit jaar maximaal kan verwerken — nog geen 42% van de 2.340 kWh die feitelijk wordt teruggeleverd.
Zolang saldering geldt (tot en met 2026) levert dat financieel niets op: terugleveren en afnemen worden dan tegen hetzelfde tarief verrekend.
Ná 2027 is het verschil €0,19 per kWh (afname €0,21 min teruglevertarief €0,02). 977,5 kWh x €0,19 ≈ €186 per jaar in het beste geval; conservatiever gerekend (60% van dat maximum, omdat niet elke gebufferde kWh ook echt op het duurste moment wordt teruggekocht) €112 per jaar.
Een 5 kWh batterij kost geïnstalleerd €4.000 tot €6.000. Met een jaarlijkse besparing van €112 tot €186 kom je op een terugverdientijd van 22 jaar in het beste geval (laagste prijs, hoogste besparing) tot 54 jaar in het slechtste geval (hoogste prijs, laagste besparing) — zelfs het beste geval ligt ruim boven de 15 jaar levensduur die we voor dit scenario aanhouden.
Waarom een grotere batterij dit niet oplost
De voor de hand liggende reactie: neem dan een grotere batterij, die vangt de zomerpieken wél op. Dat klopt deels: een grotere batterij buffert een groter deel van de 2.340 kWh jaarlijkse teruglevering, en is bovendien goedkoper per kWh (€800-1.200/kWh bij 5 kWh, tegenover €580-950/kWh bij 10 kWh en €567-867/kWh bij 15 kWh).
Toch verandert dat de conclusie niet fundamenteel:
- 5 kWh: €4.000–€6.000, buffert 977,5 kWh (42% van de teruglevering) — terugverdientijd 22 tot 54 jaar.
- 10 kWh: €5.800–€9.500, buffert 1.955 kWh (84%) — terugverdientijd 16 tot 43 jaar.
- 15 kWh: €8.505–€13.005, buffert de volle 2.340 kWh (100% — meer capaciteit dan er ooit in een jaar wordt teruggeleverd) — terugverdientijd 19 tot 49 jaar.
De grens: wat een grotere batterij wél en niet oplost
Een 10 kWh-batterij zit het dichtst bij break-even, dankzij de combinatie van een betere capaciteitsbenutting en een lagere prijs per kWh — maar zelfs dat beste geval (16 jaar) vereist zowel de laagste offerte als de hoogste besparing tegelijk, en overschrijdt nog altijd de 15 jaar levensduur.
Boven zo'n 12 kWh (het punt waarop de batterij de volledige jaarlijkse teruglevering al kan bufferen) voegt extra capaciteit geen enkele besparing meer toe — je betaalt dan puur voor opslag die nooit wordt gevuld. Groter kopen dan dat is dus zuiver duurder, niet beter.
Wanneer is een thuisbatterij dan wél te overwegen?
Voor back-up bij stroomuitval of bewuste onafhankelijkheid van het net kan een batterij een goede keuze zijn — dat is dan geen financiële beslissing maar een investering in zekerheid. Let op: die functionaliteit zit niet standaard in elke batterij en kost vaak €1.000 tot €2.500 extra.
Een dynamisch energiecontract kan er in theorie iets bovenop doen via prijsarbitrage, maar daarvoor bestaat geen algemeen toepasbare, onderbouwde rekensom — dat hangt te sterk af van je eigen verbruikspatroon en hoe actief je (of je systeem) daadwerkelijk op prijzen stuurt.
Meer over de algemene afweging en wanneer het net wél lonend kan zijn, lees je in Thuisbatterij kopen nu saldering wegvalt in 2027.