Wat verandert er na 2027?
Tot 1 januari 2027 mogen zonnepaneleigenaren teruggeleverde stroom salderen: elke kWh die je teruglevert, telt als een kWh die je niet van het net hoeft te kopen. Je betaalt dus geen stroomprijs over die kWh.
Vanaf 1 januari 2027 geldt dat niet meer. Wat je teruglevert, wordt vergoed tegen het teruglevertarief dat je energieleverancier biedt. Dat tarief ligt structureel lager dan de consumptieprijs — bij vaste contracten doorgaans nog maar een paar cent, richting €0,02 per kWh; bij een dynamisch contract kan dat lager liggen, tot zelfs negatieve bedragen.
Ter vergelijking: voor afgenomen stroom betaal je al snel €0,21 per kWh.
Hoe groot is het financiële verschil?
Stel je levert 1.000 kWh per jaar terug. Nu wisselt de saldering die stroom nog 1-op-1 weg tegen je afnameprijs — zo'n €210 aan stroomkosten (bij €0,21/kWh). Na 2027 ontvang je voor diezelfde 1.000 kWh nog maar zo'n €20 aan vergoeding (bij €0,02/kWh) — afhankelijk van contract; nu betalen sommige leveranciers nog een paar cent meer, en bij een dynamisch contract kan het juist lager uitvallen.
Dat scheelt ongeveer €190 per jaar. Voor wie veel teruglevert — bijvoorbeeld bij een groot panelensysteem zonder EV of batterij — kan dat fors oplopen.
Wat is het teruglevertarief precies?
Het teruglevertarief is de prijs die je energieleverancier jou biedt voor stroom die je terugstuurt. Dat is niet hetzelfde als de inkoopprijs op de groothandelsmarkt (de day-ahead-marktprijs), maar een door de leverancier vastgesteld bedrag.
Bij een vast contract staat het teruglevertarief vast voor de contractduur. Bij een dynamisch contract varieert het per uur op basis van de spotmarkt — op zonnige middagen kan de spotprijs zelfs negatief zijn, zodat je niets krijgt of zelfs een bedrag moet betalen voor teruggeleverde stroom.
Wat kun je doen om minder te verliezen?
De slimste reactie op de lagere terugleververgoeding is je zelfverbruik verhogen: zo weinig mogelijk terugleven, en de stroom die je opwekt zoveel mogelijk direct zelf gebruiken.
Dat kan door: de wasmachine, vaatwasser of droger op zonnige middaguren te draaien; een elektrische auto slim te laden op momenten van eigen opwek; een airco in te zetten op zonnige middaguren om alvast voor te koelen; of een thuisbatterij te installeren die de piekproductie opslaat voor later op de dag.
Loont een thuisbatterij nu om dit op te vangen?
Een thuisbatterij kan het zelfverbruik fors verhogen — typisch van 30-40% naar 70-80% — afhankelijk van jouw verbruikspatroon. Maar de investering is hoog (€4.000–€8.000) en de terugverdientijd is lang.
Na 2027 wordt de businesscase voor een thuisbatterij beter, omdat het verschil tussen consumptieprijs en teruglevertarief groter wordt. Of een batterij nu al loont hangt sterk af van jouw specifieke situatie: panelenvermogen, verbruiksprofiel, en hoe lang je de batterij al wilt afschrijven.
Zijn zonnepanelen na 2027 nog de moeite waard?
Ja — zeker als je een significant deel van de opgewekte stroom zelf verbruikt. Het directe zelfverbruik behoudt zijn volle waarde: elke kWh die je zelf gebruikt, hoef je niet te kopen.
Bij nieuw te plaatsen panelen is het verstandig om bij de dimensionering rekening te houden met je werkelijke zelfverbruik, inclusief een toekomstige EV of warmtepomp. Grotere systemen die veel terugleven worden relatief minder aantrekkelijk.